NVBI | Reglement Tuchtrechtspraak

De Nederlandse Vereniging van Beëdigde Informaticadeskundigen NVBI heeft op grond van haar statuten Tuchtrechtspraak. Het doel van Tuchtrechtspraak is het weren en beteugelen van misslagen van haar leden in de uitoefening van hun beroep door het maken van inbreuken op de gedragscode van de NVBI.

Preambule

De Nederlandse Vereniging van Gecertificeerde Informaticadeskundigen NVBI (hierna: “de NVBI”) heeft op grond van haar statuten Tuchtrechtspraak. Het doel van Tuchtrechtspraak is het weren en beteugelen van misslagen van haar leden in de uitoefening van hun beroep door het maken van inbreuken op de gedragscode van de NVBI.

1. De Raad voor de tuchtrechtspraak

1.1. De Raad voor de tuchtrechtspraak (hierna: “de Raad”) bestaat uit drie leden: een voorzitter en twee gewone leden. Ieder lid heeft een plaatsvervanger.

1.2. De voorzitter en zijn plaatsvervanger zijn of een lid van de rechterlijke macht of advocaat en lid van de Vereniging Informaticarecht Advocaten (’VIRA’) Zij zijn geen lid van de NVBI.

1.3. De gewone leden van de Raad en hun plaatsvervangers kennen het werkveld van de NVBI-leden maar ten minste een van hen en zijn plaatsvervanger zijn geen actief lid van de NVBI. Maximaal een (1) lid van de raad en zijn plaatsvervanger kunnen actief lid zijn van de NVBI.

1.4. De leden en hun plaatsvervangers mogen niet tevens deel uitmaken van het bestuur van de NVBI of van een van de commissies die door de NVBI zijn ingesteld..

1.5. De leden worden in hun functie benoemd door de Algemene Ledenvergadering van de NVBI op voordracht van het Bestuur. De leden dienen hun benoeming te aanvaarden.

1.6. De leden van de Raad worden benoemd voor een periode van vier jaar, waarna eenmaal herbenoeming mogelijk is voor eenzelfde periode.

1.7. Het lidmaatschap van de Raad eindigt door opzegging of overlijden van het lid, danwel door een daartoe strekkend besluit van de Algemene Ledenvergadering van de NVBI.

1.8. De Raad wordt,wanneer hij dat noodzakelijk acht, bijgestaan door een secretaris. De voorzitter van de Raad is namens de NVBI gemachtigd in de functie van secretaris van de Raad te voorzien . De secretaris kan zijn de secretaris van de NVBI. Wanneer aan de functie van secretaris kosten zijn verbonden, dan is de voorzitter gehouden daarover op voorhand te overleggen met de Secretaris van de NVBI.

1.9. De leden van de Raad worden voor hun werkzaamheden gehonoreerd middels vacatiegeld. Tevens ontvangen zij een vergoeding van reisen verblijfkosten, alsmede voor in direct verband met de werkzaamheden gemaakte overige onkosten

1.10. Het bestuur van de NVBI bepaalt de hoogte van het vacatiegeld. Reisen verblijfkosten, alsmede in direct verband met de werkzaamheden in overleg te maken overige onkosten, worden vergoed op basis van overlegging van facturen en bonnen.

2. De klacht

2.1. Een ieder die daarbij een redelijk en direct belang heeft, kan een klacht indienen tegen een lid van de NVBI.

2.2. Een klacht dient schriftelijk in vijfvoud, in de Nederlandse taal, te worden gezonden aan het bestuur van de NVBI, binnen een termijn van twee maanden nadat klager bekend is geworden met het voorval dat de aanleiding is voor de klacht, dan wel binnen 2 maanden nadat dat voorval geëffectueerd wordt of dreigt te worden of anderszins in werking dreigt te treden of is getreden.

2.3. Een klacht bevat tenminste:

  • de bedrijfsnaam, de naam en voorletters en de adresgegevens van de klager
  • de naam van het betreffende NVBI lid (hierna: “verweerder”) wie de klacht betreft
  • een concrete verwijzing naar het onderdeel, respectievelijk de onderdelen van de gedragscode, die de klager ten grondslag legt aan zijn klacht
  • een concrete omschrijving van het voorval dat de aanleiding is voor de klacht
  • bewijsmiddelen die de klacht ondersteunen
  • de dagtekening

2.4. Een klager kan verzoeken om overschrijding van de termijn voor indiening van een klacht verschoonbaar te achten vanwege zwaarwegende redenen, die als zodanig in de klacht dienen te worden vermeld.

2.5. Indien een klager zich laat vertegenwoordigen, bevat de klacht tevens de naam en adresgegevens van die vertegenwoordiger alsmede een verklaring van klager waarin hij de vertegenwoordiger machtigt tot vertegenwoordiging.

2.6. Het bestuur bevestigt de ontvangst van een klacht binnen 8 kalenderdagen aan klager of diens vertegenwoordiger.

2.7. Het bestuur stelt verweerder zo spoedig mogelijk in kennis van de ingediende klacht, onder toezending van de betreffende stukken.

2.8. Na toezending van de klacht heeft verweerder één maand de tijd om een verweerschrift in te dienen.

2.9. Het verweerschrift wordt in vijfvoud gezonden aan het bestuur van de NVBI.

2.10. Verweerder kan verzoeken om verlenging van de termijn voor indiening van het verweerschrift vanwege zwaarwegende redenen, die binnen de termijn van één maand na ontvangst van de klacht schriftelijk aan de voorzitter van de NVBI kenbaar dienen te zijn gemaakt. De voorzitter van de NVBI stelt hiervan tevens klager op de hoogte.

2.11. Het bestuur zendt een exemplaar van het verweerschrift aan klager.

2.12. Na ontvangst van het verweerschrift wordt het dossier zo spoedig mogelijk doorgezonden aan de voorzitter van de Raad voor de Tuchtrechtspraak.

2.13. Wanneer het bestuur van de NBVI dat, gelet op de gewisselde stukken, opportuun acht, kan het bestuur klager en verweerder echter eerst uitnodigen om een gezamenlijk gesprek te voeren over de klacht met de voorzitter van de NVBI, alvorens de klacht wordt doorgezonden aan de voorzitter van de Raad voor de Tuchtrechtspraak. Indien partijen aan die uitnodiging gehoor geven, stuurt het bestuur de klacht niet eerder door naar de voorzitter van de Raad voor de Tuchtrechtspraak, dan nadat bedoeld gesprek gevoerd is, dan wel wanneer een van de partijen daarom verzoekt.

3. Algemene verplichtingen

3.1. Klager en verweerder zijn jegens elkaar verplicht om onredelijke vertraging van een klachtprocedure te voorkomen en om feiten naar waarheid en volledig aan te voeren.

3.2. Aan schending van een of meer uit het voorgaande lid voortvloeiende verplichtingen kan de Raad de gevolgen verbinden die hij geraden acht.

4. De Procedure voor de Raad voor de Tuchtrechtspraak

4.1. De Klachtprocedure vangt aan door de ontvangst van de stukken door de Voorzitter van de Raad.

4.2. De Voorzitter van de Raad bevestigt de ontvangt van de stukken aan klager en aan verweerder.

4.3. De Voorzitter van de Raad draagt er zorg voor, dat de leden van de Raad een exemplaar van de klacht ontvangen.

4.4. De Voorzitter van de Raad brengt de klager op de hoogte van de in voorschot te betalen griffiekosten. De hoogte van de griffiekosten worden periodiek door het bestuur van de NVBI vastgesteld en worden gepubliceerd op de website van de NVBI. Wanneer klager, ook na daartoe schriftelijk te zijn aangemaand, niet voldoet aan zijn verplichting de griffiekosten te voldoen, zal de Raad er van uitgaan dat klager zijn klacht heeft ingetrokken.

4.5. De Raad kan bepalen dat ook het NVBI-lid griffiekosten dient te betalen. Wanneer verweerder, ook na daartoe schriftelijk te zijn aangemaand, niet voldoet aan zijn verplichting de griffiekosten te voldoen, kan de Raad daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.

4.6. De Voorzitter van de Raad roept, na overleg over datum, tijd en locatie, partijen op om op een hoorzitting te verschijnen, echter niet eerder dan nadat de griffiekosten zijn voldaan. Wanneer een partij zich onttrekt aan het overleg over het bepalen van een datum, kan de voorzitter van de Raad, zonder overleg, de datum bepalen voor de hoorzitting.

4.7. Totdat partijen zijn opgeroepen om op een hoorzitting te verschijnen kan de Raad de behandeling staken en onmiddellijk een Uitspraak doen, wanneer De Raad van mening is dat hij onbevoegd is, dan wel de klacht kennelijk niet ontvankelijk is, dan wel kennelijk ongegrond is.

4.8. Zolang een tuchtrechtprocedure aanhangig is, maakt de NVBI daarvan melding op haar website. De melding betreft het feit dat een procedure loopt en een korte (geanonimiseerde) beschrijving van de essentie van de klacht.

4.9. Nadere informatie over de stand van de procedure en de datum van de hoorzitting kan worden ingewonnen bij het secretariaat van de NVBI.

4.10. De hoorzitting van de Raad is in beginsel openbaar. De Voorzitter kan bepalen dat de hoorzitting met gesloten deuren wordt gehouden.

4.11. De Raad beraadslaagt en beslist in de raadkamer. Hij beoordeelt de klacht op basis van alle beschikbare stukken, alsmede op basis van de tijdens de hoorzitting ter kennis gekomen feiten, mits partijen de gelegenheid hebben gekregen te reageren op de door de wederpartij aangedragen feiten. Wanneer een partij, ondanks dat zij daartoe deugdelijk is opgeroepen, niet verschijnt bij de mondelinge behandeling, kan de Raad daaraan de gevolgen verbinden die hij geraden acht.

4.12. De Raad oordeelt of de door klager gestelde overtreding van de regel of het artikel van de gedragscode heeft plaatsgevonden en, indien dat het geval is, of deze overtreding verweerder kan worden aangerekend. De Raad beslist bij meerderheid van stemmen.

4.13. De Raad spreekt zijn beslissing uit in een openbare zitting, niet later dan zes maanden na aanvang van de procedure, tenzij bijzondere omstandigheden nopen tot uitstel Deze beslissing wordt schriftelijk vastgelegd in de Uitspraak die door de voorzitter en ten minste één ander lid van de Raad wordt ondertekend.

4.14. De Uitspraak bevat:

  • de naam en adresgegevens van partijen en, indien van toepassing, hun vertegenwoordigers
  • de omschrijving van de relevante feiten en omstandigheden
  • de gronden van de beslissing
  • de beslissing
  • de opgelegde maatregel in geval van gegrondverklaring van de klacht
  • de toewijzing van de kosten van de Procedure
  • de namen van de Raadsleden die de zaak hebben behandeld
  • de datum waarop de beslissing is uitgesproken
  • de vermelding dat de beslissing in het openbaar is uitgesproken

4.15. De beslissing kan de onbevoegdheid, de kennelijke niet ontvankelijkheid of de kennelijke ongegrondheid van de klacht inhouden.

4.16. De door de Raad op te leggen maatregelen kunnen zijn:

  • Gegrondverklaring van de klacht zonder sanctie
  • Gegrondverklaring van de klacht met een waarschuwing
  • Gegrondverklaring van de klacht met een berisping
  • Gegrondverklaring van de klacht met een schorsing voor de tijd van maximaal een jaar
  • Gegrondverklaring van de klacht met ontzetting uit het lidmaatschap voor de duur van vijf jaar, na welke periode de toelatingsprocedure opnieuw gevolgd dient te worden, indien verweerder opnieuw NVBI-lid wenst te worden.

Het bestuur zal de opgelegde maatregelen, voor zover noodzakelijk, dwingend ten uitvoer brengen.

4.17. Een ontzetting uit het lidmaatschap wordt gedurende een periode van 3 maanden op de website van de NVBI gepubliceerd, alsmede eenmalig in door de Raad aan te wijzen vakblad, dat zich richt op de branche waarin verweerder overwegend werkzaam is.

4.18. Aan een berisping of schorsing kunnen eventueel aanvullende voorwaarden voor voortduring van het lidmaatschap worden verbonden.

4.19. De Uitspraak wordt gedurende een periode van 3 maanden, zonder vermelding van namen of overige kenmerken die de identiteit van betrokkenen zouden kunnen openbaren, gepubliceerd op de website van de NVBI, met uitzondering van het bepaalde in artikel 4.17.

4.20. Tegen de Uitspraak staat geen hoger beroep open, behoudens een Uitspraak die een beslissing bevat conform artikel 4.15, waartegen Verzet mogelijk is.

4.21. Een Verzetschrift dient binnen 14 dagen na de Uitspraak bij de voorzitter van de Raad schriftelijk in drievoud te worden ingediend.

4.22. De Raad zendt een afschrift van het Verzetschrift aan alle partijen.

4.23. De Raad beslist op het Verzetschrift binnen één maand na indiening, in een schriftelijke degelijk gemotiveerde, uitspraak.

4.24. Tegen de beslissing op het verzetschrift staat geen rechtsmiddel open.

5. Wrakingen Verschoningsrecht

5.1. De leden van de Raad kunnen zich verschonen en partijen kunnen leden van de Raad wraken, indien er ten aanzien van leden van de Raad feiten en/of omstandigheden bestaan, waardoor hun onpartijdigheid kan worden betwijfeld.

5.2. Een verzoek tot verschoning of wraking is schriftelijk en gemotiveerd.

5.3. Het verzoek om wraking of verschoning wordt zo spoedig mogelijk behandeld door de andere leden van de Raad, waarbij in het geval van het staken der stemmen de plaatsvervanger van het gewraakte lid een beslissende stem uitbrengt.

5.4. De verzoeker en het lid van de Raad wiens wraking is verzocht, worden in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. De Raad kan ambtshalve of op verzoek van een verzoeker of het lid wiens wraking is verzocht, bepalen dat zij niet in elkaars aanwezigheid zullen worden gehoord.

5.5. De beslissing van de Raad is gemotiveerd en wordt onverwijld aan de verzoeker, de andere partij en in geval van wraking aan het lid wiens wraking is verzocht medegedeeld.

5.6. Bij wraking kan de Raad in geval van kennelijk misbruik bepalen dat een volgend verzoek niet in behandeling wordt genomen. Hiervan wordt in de beslissing melding gemaakt.

5.7. Tegen deze beslissing van de Raad inzake wraking of verschoning staat geen rechtsmiddel open.

6. Slotbepalingen

6.1. Iedere partij draagt in beginsel zijn eigen kosten voor het indienen van de klacht of het voeren van verweer, de bewijsvoering, al dan niet met getuigen of deskundigen.

6.2. Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van de taken van de Raad, is verplicht tot geheimhouding van alle tot zijn kennis komende stukken. Deze verplichting blijft ook na beëindiging van een Procedure bestaan.

6.3. De Raad kan na intrekking van een klacht, een minnelijke schikking tussen partijen of het vervallen van de hoedanigheid van lid van de NVBI, de behandeling van een klacht voortzetten wanneer het belang van de NVBI daarmee naar het oordeel van de Raad wordt gediend, of wanneer het Bestuur hierom heeft gevraagd. De kosten van de Procedure zijn in zodanig geval voor de NVBI.

6.4. Het secretariaat van de NVBI bewaart Uitspraken van de Raad en alle documenten die daarop betrekking hebben gedurende een periode van zeven jaren. Na afloop van die periode draagt de NVBI zorg voor de vernietiging daarvan.

6.5. Indien zich ter zake van de tuchtrechtprocedure feiten of omstandigheden voordoen waarin dit reglement niet voorziet, is de Raad bevoegd zodanige beslissingen te nemen als zij in goede justitie meent te moeten nemen. De Raad zal daarvan in voorkomende gevallen schriftelijk bericht zenden aan het bestuur van de NVBI. Wanneer zulks zich voordoet zal dat in de Uitspraak zijn toegelicht.

6.6. Behoudens het bepaalde omtrent geheimhouding kunnen de leden van de Raad niet aansprakelijk worden gesteld voor enig handelen of nalaten met betrekking tot tuchtrechtspraak waarop dit reglement van toepassing is.

6.7. De NVBI, de leden van het bestuur en de verschillende commissies en raden in persoon en de door de NVBI ingeschakelde medewerkers en hulppersonen kunnen niet aansprakelijk gesteld worden , uit welke hoofde dan ook, voor enig handelen of nalaten met betrekking tot de procedure waarop dit reglement van toepassing is.

Dit reglement is op 1 mei 2007 vastgesteld door de algemene ledenvergadering van de NVBI en kan worden aangehaald onder de naam Reglement voor de Tuchtrechtspraak van de NVBI.